NieuwsBlogOver Kinvo
Kinvo
Alle artikelen
BUURT

Wat de buurtcijfers van het CBS wél en niet zeggen over een kinderopvang

Op elke locatiepagina staan sinds kort cijfers over de buurt: WOZ-waarde, koopwoningen, aandeel kinderen. Waar ze vandaan komen, waarom we ze tonen, en waarom een buurt met dure huizen geen betere opvang betekent.

30 juli 2026 · 6 min lezen
Een kind speelt buiten in een woonwijk
Foto via Unsplash

Onder "Buurt & omgeving" toont Kinvo bij elke locatie vier cijfers uit de Kerncijfers wijken en buurten van het CBS. Die cijfers zijn openbaar, voor elk van de ruim veertienduizend buurten in Nederland, en ze komen bij ons binnen via de kaartdienst van het Kadaster, gekoppeld op de coördinaten van de opvang. Dit is wat je eraan hebt, en wat niet.

Wat er staat

De gemiddelde WOZ-waarde van de woningen in de buurt, in duizenden euro's. Landelijk gemiddeld € 369.000 (2024).

Het aandeel koopwoningen. Landelijk 57%; boven de 67% noemen we het een koopwijk, onder de 45% een huurwijk.

Het aandeel kinderen tot 15 jaar. Landelijk 15%; boven de 18% spreken we van veel jonge gezinnen.

Het aandeel huishoudens met kinderen, of, zodra het CBS het publiceert, het aandeel huishoudens met een laag inkomen (de laagste 40% van Nederland).

Waarom we het tonen

Omdat een kinderopvang niet los staat van zijn buurt. Een bso in een wijk met veel jonge gezinnen heeft andere groepen dan een bso in een vergrijsde wijk. Een kinderdagverblijf in een huurwijk met veel lage inkomens werkt vaker met voorschoolse educatie en gemeentelijke plekken. En voor wie verhuist of een opvang zoekt bij het werk in plaats van bij huis, geeft het een eerste indruk van de omgeving waar je kind een deel van de week doorbrengt.

Wat het niet zegt

Niets over de kwaliteit van de opvang. Een dure buurt heeft geen betere pedagogisch medewerkers, en een huurwijk geen slechtere. De GGD-rapporten laten dat ook zien: tekortkomingen komen overal voor, en de locaties met de meeste kindplaatsen en de beste beoordelingen staan verspreid over alle soorten wijken. Gebruik de buurtcijfers om de omgeving te begrijpen, en het GGD-rapport, de beoordelingen en de rondleiding om de opvang zelf te beoordelen.

Over de cijfers zelf

Het CBS publiceert per buurt alleen wat statistisch betrouwbaar is; voor kleine buurten ontbreken sommige cijfers, en dan tonen we ze niet. De inkomenscijfers lopen twee jaar achter op de rest. We gebruiken de jaargang 2024 en vermelden dat bij elke locatie. Wil je meer weten over een buurt, dan staat alles op de site van het CBS, per buurtcode.

Hoe je het gebruikt bij het kiezen

Zoek je een bso, kijk dan naar het aandeel kinderen: veel kinderen in de buurt betekent vaak volle groepen en wachtlijsten, maar ook veel vriendjes van school.

Zoek je vve of een gemeentelijke peuterplek, dan zit je in buurten met veel lage inkomens vaak goed: daar is het aanbod het grootst.

Laat de WOZ-waarde je niet leiden. Hij zegt iets over de huizen, niet over de mensen die er met je kind werken.