Bijna elke ouder herinnert zich die eerste keer: de deur van de groep gaat dicht, je hoort nog net een snik, en je staat op de stoep met een lege maxi-cosi en een knoop in je maag. Dat gevoel is normaal. Het goede nieuws: de meeste kinderen zijn na één tot drie weken gewend, baby's meestal sneller dan peuters, en een goed wenprogramma maakt het voor jullie allebei een stuk makkelijker.
Wat wennen precies inhoudt
Wennen is een afgesproken opbouw, geen sprong in het diepe. Vier tot zes weken voor de startdatum heb je een intakegesprek met de mentor van je kind: de pedagogisch professional die de ontwikkeling volgt en jouw vaste aanspreekpunt wordt. Daarna volgen één of twee wenmomenten van een ochtend of een halve dag, soms de eerste keer met jou erbij. Op de bso bestaat een wenmoment vaak uit één keer opgehaald worden van school, zodat de route en de gezichten al bekend zijn.
Of de wenuren gratis zijn of pas na de contractstart vallen, verschilt per aanbieder. Vraag het bij het intakegesprek; het staat meestal in het pedagogisch beleidsplan of in de algemene voorwaarden.
Hoe lang het duurt
Reken op één tot drie weken. Een baby van drie maanden past zich meestal binnen een week aan het nieuwe ritme aan. Een peuter van twee die net heeft ontdekt dat mama en papa ook wég kunnen gaan, heeft vaker twee tot drie weken nodig, en kan na een ziekteperiode of vakantie opnieuw een dip krijgen. Dat is geen terugval in de ontwikkeling maar een normale reactie op een onderbreking.
Wat je zelf kunt doen
Begin het wennen vóór het einde van je verlof, zodat je de eerste weken niet tegelijk zelf hoeft te presteren op je werk.
Kies een vast afscheidsritueel en houd het kort: een knuffel, een zwaai bij het raam, en weg. Blijven hangen maakt het voor je kind onduidelijker, niet makkelijker.
Geef iets van thuis mee: een knuffel, een doekje dat naar jullie ruikt, een foto in het mandje.
Houd de dagen in het begin kort als dat kan, en bouw op naar hele dagen.
Bel of app gerust na een uur. Elke opvang begrijpt dat, en de meeste hebben een ouderapp met foto's van de dag.
Wat de opvang voor je regelt
Een baby krijgt volgens de wet maximaal twee vaste gezichten op de groep (bij grotere groepen drie), en als je kind er is, moet altijd minstens één van die vaste gezichten werken. Dat vaste-gezichtencriterium is er precies voor dit: hechten aan een paar bekende volwassenen. Vraag bij het intakegesprek wie die gezichten zijn, en of ze er op jouw contractdagen ook echt staan.
Op Kinvo zie je per locatie het laatste GGD-rapport. Daarin staat of de groepen stabiel zijn en of de locatie zich houdt aan de eisen voor vaste gezichten en de beroepskracht-kindratio. Dat is een objectievere maat voor rust op de groep dan de sfeer tijdens een rondleiding.
Wanneer je je zorgen mag maken
Huilen bij het afscheid is normaal, ook na drie weken. Een kind dat de hele dag ontroostbaar is, niet eet, niet slaapt en dat na drie weken nog steeds, is een reden voor een gesprek met de mentor. Vraag hoe de dag verloopt als jij weg bent; het beeld bij het afscheid is bijna nooit het beeld van de dag. Blijft het echt niet gaan, dan kan een andere groep, een andere dag of een kleinere setting zoals een gastouder een oplossing zijn. Dat is geen falen, van jou niet en van je kind niet.