Sinds 2022 mag het personeel op een kinderdagverblijf of bso voor de helft bestaan uit mbo-studenten die werkend leren, zogenoemde beroepskrachten in opleiding. De tijdelijke maatregel is bedoeld om groepen open te houden bij ziekte, verlof en pauzes. Op 1 juli 2026 verlengde minister Thierry Aartsen (Participatie en Werk) hem opnieuw met twee jaar. Permanent wordt de regeling niet, vanwege de discussie erover in de sector.
Wie er zorgen over heeft
BOinK, de belangenvereniging van ouders, beroepsgroep PPINK en de vakbonden FNV en CNV schreven de minister een brandbrief. Zij vrezen voor de kwaliteit en de veiligheid op de groep, en voor de werkdruk van de gediplomeerde medewerker die de student moet begeleiden. In een peiling van BOinK onder 534 ouders zei bijna de helft minder vertrouwen in de opvang te hebben als er meer leerlingen werken. Van 565 ondervraagde medewerkers gaf 86 procent aan dat samenwerken met een leerling de werkdruk verhoogt; 70 procent zegt te weinig tijd te hebben om goed te begeleiden.
Pauline Slot, bijzonder hoogleraar en onderzoeker van de kwaliteit van kinderopvang, wijst erop dat onbekend is of een beroepskracht in opleiding genoeg kwaliteit biedt.
Wie ervoor is
Brancheorganisatie Kinderopvang steunt de verlenging. Volgens de organisatie werken medewerkers liever met een vaste student die de kinderen kent dan met een invalkracht die dat niet doet. Een student staat de eerste maanden boventallig op de groep en telt pas mee in de bezetting als opleiding, student en begeleider dat samen afspreken.
Wat je zelf kunt vragen
Hoeveel beroepskrachten in opleiding werken er op de groep van mijn kind, en hoe lang al?
Wie begeleidt hen, en staat die persoon dan ook nog volledig op de groep?
Hoe vaak werd het afgelopen jaar een groep gesloten of samengevoegd door personeelsgebrek?
Kinvo vat het nieuws samen voor ouders. Het volledige bericht lees je bij de bron.