Door u is aangegeven dat ik zelf een zienswijze moet indienen over het opgestelde inspectierapport. Ik heb eerder het gastouderbureau een visie laten schrijven, omdat dit bezoek me emotioneel zoveel pijn en verdriet heeft gedaan, dat ik al tijdens het bezoek tegen de inspecteur heb gezegd dat ik wil stoppen als gastouder.
Ik ben jarenlang gastouder en ik heb nog nooit wat dan ook aan negatieve punten gehad tijdens de inspectiebezoeken. Ook het inspectiebezoek in april is goed verlopen. Het klopt inderdaad dat er een aantal punten uit de risico-inventarisatie niet op orde was. Het gastouderbureau heeft me hierop ook aangesproken. Dat kan en mag een inspecteur ook zeker doen, maar door de manier waarop feedback werd gegeven voelde ik me volledig overvallen en met de rug tegen de muur gezet. Een inspectie is al onverwacht, geeft spanning omdat je nooit weet hoe de kinderen reageren, hoe de inspecteur is en welke vragen worden gesteld. Een inspecteur staat boven op je en bekijkt alles wat je doet. De situatie voelt dus per definitie onveilig. Daarbij weet je dat een inspecteur, op basis van één uurtje in je opvang, je kan maken en breken. Er is geen verweer mogelijk, een geschillencommissie is er niet. Dat geeft heel veel spanning voor mij als gastouder, ook al waren de rapporten altijd positief. Vanaf het begin was dit bezoek negatief en de manier waarop ik werd geoordeeld, gaf bij mij kortsluiting die heeft geresulteerd in een afweerreactie. Natuurlijk wil ik me houden aan de wet en natuurlijk zie ik dat de genoemde punten in orde moeten worden gebracht, maar de manier waarop dat wordt gecommuniceerd, is heel bepalend. Ik vind mijn werk heel leuk, zorg heel graag voor de kinderen. Ouders zijn supertevreden over mijn zorg; dat zou niet zo zijn wanneer ik als gastouder de kantjes ervan af zou lopen en/of de kinderen bij mij zich onveilig zouden voelen.
De inspecteur benoemt bij het tweede bezoek ‘tot driemaal toegang te hebben moeten vorderen’. Hierbij is niet vermeld, dat de inspecteur geen 10 minuten wilde wachten op de komst van mijn bemiddelingsmedewerker, terwijl ze tevoren door de bemiddelingsmedewerker ervan op de hoogte gesteld was dat deze erbij zou zijn. Doordat de inspecteur zelf de tijd niet had doorgegeven aan de bemiddelingsmedewerker, moest ze nu tien minuutjes wachten. Gewoon bij mij aan tafel met een bakje koffie. Daar was geen vordering voor nodig.
De aanwezigheid van de bemiddelingsmedewerker was voor mij een voorwaarde. Het eerste bezoek was ik emotioneel kapot van. Ik kon dit niet nogmaals aan. Het is niet voor niets dat ik heb aangegeven te willen stoppen als gastouder. Niet voor de opvang, niet voor de kinderen. Wel voor de wetenschap dat ik elk jaar (en misschien nu wel vaker) op deze wijze kapot kan worden gemaakt door een inspecteur. De vermelding ‘tot driemaal de toegang te moeten vorderen’ is typerend voor de manier waarop het eerste bezoek is verlopen. Eisend, als overval, zonder enige vorm van samenwerking, dialoog of begrip.
Ik ben ook heel blij geweest met de aanwezigheid van de bemiddelingsmedewerker. Zij heeft de rust teruggebracht tijdens het bezoek. Wanneer zij er niet was geweest, zou het tweede bezoek opnieuw zijn geëscaleerd. Terwijl ik zeker wel kwaliteit wil leveren, heel veel van de kinderen houd en met plezier voor hen zorg. Door de aanwezigheid van mijn bemiddelingsmedewerker was de situatie voor mij zo veilig, dat ik mezelf kon zijn. Dit is ook direct terug te zien in de kwaliteit van de opvang van het tweede bezoek en wordt ook teruggezien in het rapport.