In de bijlage heb ik het stuk wat ik ga aanpassen in het pedagogisch beleid. Ook heb ik aangegeven hoe wij met de andere punten zijn omgegaan.
Een concrete beschrijving van het beleid ten aanzien van het gebruik kunnen maken van dagop-vang gedurende extra dagdelen wordt niet beschreven:
Flexibele opvang: Ouders kunnen gebruik maken van flexibele opvang afgestemd op hun behoefte. De flexibele opvang heeft geen vaste dagdelen of vaste tijden. Het kind kan opgevangen worden op de dagen die de ou-der wenst. Deze dagen moeten minimaal 2 weken van te voren worden aangevraagd. Een flexibel contract kan worden afgesloten voor een minimale afname van 40 uur per maand. Deze kinderen worden op onze flexibele groep opgevangen. Extra dagdelen: Extra dagdelen kunnen aangevraagd worden buiten het regulier contract. Mits de planning dit toe laat. De kinderen worden bij voorkeur opgevangen op hun eigen stamgroep. Mocht hier geen plek zijn wordt er gekeken of het kind op een andere stamgroep geplaatst kan worden. Dit gebeurd in overleg met ouder(s). Ouders betalen deze extra dagen een maand achteraf. Ruil dagen: In plaats van extra dagen, is er ook een mogelijkheid tot ruildagen. Mits de planning dit toe laat. Incidenteel ruilen van dagen kan alleen plaatsvinden binnen één en dezelfde kalendermaand en maximaal 2 dagen. Ouders vragen dit aan bij de planning middels een mail of telefonisch. Aan het ruilen van dagen zijn geen kosten verbonden. Sluitingsdagen en afwezigheid in verband met ziekte zijn uitgesloten van deze ruil dagen.
In het pedagogisch beleid staat geen concrete beschrijving van de wijze waarop de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd en gestimuleerd en daarbij naar een doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs. Ontwikkeling van het kind Bij Kleine-Ikke werken we met de formulieren Kijk op ontwikkeling (KOO). Kijk op ontwikkeling in de voorschoolse voorzieningen heeft als doel de ontwikkeling van kinderen op een aantal momenten te objectiveren en op basis daarvan de ontwikkeling te helpen stimuleren. Het instrument richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen en is gericht op het volgen van de ontwikkeling bij kinderen van 0 tot 4 jaar. De observatielijst: De observatielijst bestaat uit twee delen. In het eerste, algemene deel wordt informatie ingevuld over het kind, de plaatsing, medische bijzonderheden en gesprek(-ken) met ouders/verzorgers. In het tweede deel wordt informatie ingevuld over de ontwikkeling van het kind. In dit deel is aan-dacht voor de volgende zes gebieden: – Redzaamheid – Sociaal-emotioneel – Speel- en werkgedrag – Taalontwikkeling – Rekenontwikkeling – Motoriek Elk gebied is uitgewerkt in een aantal ontwikkelingsaspecten, oftewel kijkpunten. Elk kijkpunt is ge-formuleerd in de vorm van een uitspraak, bijvoorbeeld: Doet actief mee bij groepsactiviteiten. Door op een aantal momenten deze lijst met kijkpunten in te vullen, ontstaat een beeld van de ont-wikkeling die het kind in de tussenliggende periode doormaakt. Waar kijk je naar? Als we iets te weten willen komen over de ontwikkeling van kinderen, moeten we naar hen luisteren en kijken. We kiezen ervoor om kinderen door de eigen pedagogisch medewerker te laten observeren in hun vertrouwde omgeving binnen de groep. We willen weten of kinderen zich in de volle breedte ontwikkelen en of er voortgang is in hun ontwikkeling. Observatielijst invullen De registratie vindt voor elk kind afzonderlijk plaats op het moment dat hij/zij een bepaalde leeftijd bereikt heeft. Op de volgende leeftijden word het formulier ingevuld: - 6 maanden - 1 jaar en 5 maanden - 2 jaar - 2 jaar en 6 maanden - 3 jaar - 3 jaar en 11 maanden (bijna 4 jaar) Als pedagogisch medewerkers zorgen hebben over bepaalde ontwikkelingen bij het kind, maken zij dit bespreekbaar met de ouders. Ook kunnen ouders gesprekken aanvragen, dit kan tijdens onze jaarlijkse 10 minutengesprekken maar ook op aanvraag bij de mentor van het kind. Tijdens deze gesprekken kijken de pedagogisch medewerkers naar eerder ingevulde KOO formulieren. Eindgesprek Als het kind (bijna) 4 jaar is komt er een gesprek met de ouder. Het laatste ingevulde formulier wordt in het gesprek besproken. De ouder tekent voor toestemming om het KOO formulier op te sturen naar de basisschool waar het kind naar toe gaat. Als de ouder toestemming heeft gegeven sturen wij het naar deze school via de post.
Het volgende is waargenomen tijdens de inspectie waar niet aan wordt voldaan: Tijdens de inspectie wordt er op één van de groepen kinderen verschoont. De beroepskracht verschoont een plasluier en loopt daarna naar de tafel en gaat de eetbakjes opruimen. De handen worden niet gewassen en het aankleedkussen niet verschoont. De beroepskracht geeft aan dat zij na alle kinderen verschoont te hebben het aankleedkussen gaat schoonmaken. Zij is niet voldoende op de hoogte dat je het kussen na elke verschoning moet schoonmaken en handen wassen i.v.m. de overdracht van de ziektekiemen.