We vinden het jammer dat de betreffende ouder contact heeft opgenomen met de GGD rondom dit incident. Dezelfde middag van het incident is er namelijk direct een terugkoppeling geweest met een van de ouders over het voorval. Na dit gesprek was de medewerker van mening dat alles goed was doorgesproken rondom het incident. Er is aangegeven dat als er aanvullende vragen of opmerkingen mochten zijn of ontstaan dat we dit dan graag zouden horen. Deze terugkoppeling hebben we als management ook mogen ontvangen waardoor ook wij van mening waren dat het incident afdoende besproken was. Van ouders hebben wij (zowel de locatie als management) hierop geen aanvullende vragen of opmerkingen meer mogen ontvangen. In plaats daarvan ontvingen we een telefoontje van de GGD dat zij 3 dagen na het voorval een telefonische klacht hadden ontvangen van de melder rondom dit voorval en dat zij hiermee aan de slag zouden gaan.
Vanuit onze procedure is opgenomen dat klachten in eerste instantie bij de betreffende locatie dienen te worden neergelegd waarna we hiermee intern aan de slag gaan. De medewerker(s) betrokken bij een incident / klacht kunnen namelijk direct en beter een terugkoppeling geven van hetgeen is gebeurd en indien nodig vervolg of extra afspraken hierover maken. Wij vinden een directe open communicatie tussen ouders en medewerkers erg belangrijk en noodzakelijk om vertrouwen te houden indien er iets zou voorvallen op een locatie. Als dit geen bevredigend resultaat zou hebben opgeleverd, is er altijd de mogelijkheid om dit hogerop in de organisatie neer te liggen, namelijk bij het management. Waarna zij hiermee aan de slag gaan. Mocht ook hier geen bevredigend antwoord uit naar voren komen, kan altijd contact worden opgenomen met de externe klachtencommissie waarin een extern team met de betreffende klacht aan de slag gaat. Het is daarnaast ook mogelijk om direct de externe klachtencommissie in te schakelen. Deze klachtenprocedure komt ook aan bod tijdens het intakegesprek met de ouders.
Tijdens het intakegesprek is daarnaast niet ter sprake gekomen dat er ook een wegloopincident heeft plaatsgevonden van hetzelfde kind bij een vorige kinderopvangorganisatie. Dit werd pas na het incident aan ons kenbaar gemaakt. Wij zijn van mening dat we hierdoor ook niet de juiste afweging hebben kunnen maken op het moment dat het kind vroeg om nog even buiten te spelen met een paar andere kinderen van de BSO. Als dit namelijk bekend was geweest, hadden we hier mogelijk anders op gereageerd en had dit incident ook mogelijk voorkomen kunnen worden. We zijn daarom in onze ogen niet voldoende geïnformeerd tijdens het intakegesprek. Daarnaast heeft de ouder ook een andere weg bewandeld dan hetgeen met hen besproken tijdens het intakegesprek.
De GGD heeft op haar beurt haar acties uitgezet ten aanzien van dit incident. Dit betrof diverse gesprekken met medewerkers, managers en houder en een inspectie op de betreffende locatie en een documentenonderzoek. Hier is veel tijd in gestoken, zowel door ons (hoor- / wederhoor), maar ook door de GGD. Tijdens het documentenonderzoek zijn diverse risico's uit ons veiligheids- en gezondheidsbeleid aan bod gekomen en getoetst aan de praktijk. Deze risico's zijn ook als zodanig opgenomen en worden toegelicht in dit rapport. Zoals men terug kan lezen is gebleken dat de benoemde risico's uiteindelijk geen betrekking hadden op het incident. Wij zijn van mening dat deze risico's niet in het rapport hadden mogen staan, omdat deze uiteindelijk niets met het voorval te maken hadden.
We zijn in ieder geval blij met de uitkomst dat ook de GGD tot de conclusie is gekomen dat de juiste stappen genomen zijn.